Wikia


Inhoudsopgave

1. Hoofdstuk 1: Opzet van het onderzoek 1.1 Omschrijving van het onderwerp 1.2 Motivatie 1.3 Onderzoeksvraag 1.4 Hypothese 1.5 Deelonderwerpen en deelvragen

2. Hoofdstuk 2: Uitvoering van het onderzoek 2.1 Toelichting op de deelvragen 2.2 Methode en hulpmiddelen 2.3 Tijdsindeling

3. Hoofdstuk 3: Uitkomsten van het onderzoek 3.1 Deelvraag 1 3.2 Deelvraag 2

     3.3 Deelvraag 3

3.4 Deelvraag 4 3.5 Deelvraag 5 3.6 Deelvraag 6 3.7 Deelvraag 7 3.8 Deelvraag 8 3.9 Deelvraag 9 3.10 Deelvraag 10

4. Hoofdstuk 4: Conclusie

5. Hoofdstuk 5: Slot

     5.1 Samenvatting
     5.2 Reflectie
     5.3 Betrouwbaarheid van het onderzoek

6. Bijlagen:

     6.1 Bronvermelding
     6.2 Plan van aanpak
     6.3 Logboek
     6.4 Controversiële campagne
     6.5 Populariteit Bush

Hoofdstuk 1: Opzet van het onderzoek

1.1 - Omschrijving van het onderwerp De langetermijngevolgen van de aanslagen op 11 september voor de politieke situatie in de Verenigde Staten en de rest van de wereld 1.2 - Motivatie Ik vind politieke en maatschappelijke ontwikkelingen interessant, en dan vooral de grote lijnen. 11 september 2001 was een keerpunt in de geschiedenis; sindsdien is het politieke klimaat in de wereld ingrijpend veranderd. Vaak worden historische gebeurtenissen pas decennia later geanalyseerd, maar het lijkt me juist interessant om de situatie waar we ‘middenin’ zitten te beschouwen, omdat die heel relevant is met het oog op de toekomst. Ik sta kritisch tegenover de regering-Bush en heb dus een duidelijke mening over het onderwerp, maar met dit onderzoek wil ik me er nog meer in gaan verdiepen om zo mijn mening te kunnen nuanceren. 1.3 - Onderzoeksvraag Is het politieke klimaat na de aanslagen op 11 september misbruikt voor politiek gewin? 1.4 – Hypothese Ja. 1.5 – Deelonderwerpen en deelvragen

Inleiding: Politieke achtergronden 1. Wat is de achtergrond van de neoconservatieve ideologie van Bush en zijn aanhangers? 2. Welke politieke kopstukken hebben er een belangrijke rol gespeeld in de vorming van het beleid van de regering-Bush?

Buitenlands beleid: 3. Wat waren de concrete maatregelen die de regering-Bush trof na 11 september? 4. Wat zijn de funderingen voor het Amerikaanse buitenlandse beleid sinds 11 september?

Schending van rechten: 5. Wordt de oorlog tegen het terrorisme aangegrepen om de macht van de regering te vergroten? 6. Wat is het beleid rondom het gevangennemen van terrorismeverdachten en worden er internationale humanitaire verdragen geschonden? 7. Wordt de dreiging van terrorisme gebruikt als rechtvaardiging voor privacyschendingen en verscherpte controle?

Politiek klimaat: 8. Hoe heeft het politieke klimaat in de Verenigde Staten zich ontwikkeld sinds 11 september? 9. Hoe heeft de perceptie van de Verenigde Staten in de rest van de wereld zich ontwikkeld sinds 11 september?

Epiloog: Recente en toekomstige ontwikkelingen 10. Hoe zal het buitenlandse beleid van de VS zich onder Obama voortzetten?


Hoofdstuk 2: Uitvoering van het onderzoek

2.1 - Toelichting op de deelonderwerpen Met het deelonderwerp ‘politieke achtergronden’ wil ik de nodige context verschaffen waarin het beleid van de regering-Bush geïnterpreteerd kan worden.

Met het deelonderwerp ‘buitenlands beleid’ wil ik uiteenzetten wat de gevolgen van 11 september zijn geweest voor het buitenlandse beleid van de VS in de afgelopen jaren en kijken of dit beleid overeenkomt met de neoconservatieve ideologie van de regering-Bush, om zo te kijken of er inderdaad politiek gewin is gehaald uit 11 september. Met het deelonderwerp ‘schending van rechten’ wil ik het beleid van de regering-Bush kritisch beschouwen en kijken op welke punten het in strijd is met fundamentele grondrechten, om zo te kijken of er inderdaad sprake is van misbruik van 11 september. Met het deelonderwerp ‘politiek klimaat’ wil ik laten zien wat de belangrijke ontwikkelingen in het politieke klimaat in de VS en de rest van wereld sinds 11 september zijn geweest om te kijken welke maatschappelijke factoren het beleid van de regering-Bush mogelijk hebben gemaakt. 2.2 - Methode en hulpmiddelen Ik ga voornamelijk informatie opzoeken op internet en eventueel nog boeken raadplegen. In bijlage 1 heb ik een literatuurlijst gemaakt waarin ik heb opgeschreven welke bronnen ik heb gebruikt. 2.3 - Tijdsindeling Ik reserveer 50 SLU voor het onderzoek. In bijlage 2 heb ik een plan van aanpak gemaakt waarin ik heb opgeschreven hoe ik die tijd ga indelen. In bijlage 3 heb ik een logboek gemaakt waarin ik heb opgeschreven hoeveel tijd ik uiteindelijk aan mijn onderzoek besteed heb.


Hoofdstuk 3: Uitkomsten van het onderzoek Inleiding: Politieke achtergronden

Deelvraag 1: Wat is de achtergrond van de neoconservatieve ideologie van Bush en zijn aanhangers?

Politieke cultuur in de VS De belangrijkste stromingen in de Amerikaanse politiek zijn het liberalisme en het conservatisme. Andere ideologieën, zoals het socialisme, hebben nauwelijks invloed.

De VS kent momenteel een tweepartijenstelsel. De belangrijkste partijen zijn de Democratische en de Republikeinse Partij. De Democraten zijn meestal liberaal en de Republikeinen conservatief, hoewel dit enigszins overlapt en in de geschiedenis vaan veranderd is.

Alle politieke stromingen in de VS zijn sterk kapitalistisch en voor het vrije-marktdenken. In dit profielwerkstuk zal ik echter alleen ingaan op de verschillende moreel-culturele stromingen en de economische aspecten van de politiek buiten beschouwing laten.

Stromingen binnen het conservatisme Binnen het conservatisme wordt er vaak onderscheid gemaakt tussen paleoconservatieven en neoconservatieven. Paleoconservatieven zijn vaak strikt traditioneel en isolationistisch, terwijl neoconservatieven op ethisch gebied liberalere opvattingen hebben, terwijl ze juist interventionistisch zijn en dus een agressief buitenlands beleid propageren. De VS is van oudsher isolationistisch geweest, en paleoconservatieven vinden dat de regering zich zo min mogelijk moet bemoeien met buitenlandse aangelegenheden. Neoconservatieven daarentegen vinden dat de Amerikaanse democratische staatsvorm superieur is en met geweld moet worden opgedrongen aan andere landen. Volgens de Amerikaanse denktank Carnegie Council heeft hebben neoconservatieven de volgende kenmerken (bron 1): • de wereld zien in termen van goed en kwaad • lage tolerantie voor diplomatie • snel bereid zijn tot oorlog • unilateraal handelen van de VS propageren • multilaterale organisaties minachten Critici zien het neoconservatieve buitenlandse beleid als een moderne vorm van imperialisme. Ze denken dat de VS op deze manier de wereld op politiek, cultureel, religieus en economisch gebied wil veroveren en een American Empire wil bewerkstelligen (bron 2 en 3a). Geschiedenis van het neoconservatisme Het neoconservatisme ontstond nadat er in de jaren 70 een periode van “ontspanning” was in de Koude Oorlog. Veel Amerikanen vonden dat hierdoor de Amerikaanse invloed op het internationale politieke toneel afnam en waren voor een hernieuwd anti-communistisch beleid dat het Amerikaanse overwicht in de wereld moest herstellen. Ze vonden dat de Amerikaanse regering actief moest meewerken aan het ten val brengen van communistische regimes, terwijl de Amerikaanse buitenlandse politiek tijdens de Koude Oorlog tot dan toe draaide om containment, het idee dat vijandige ideologieën alleen binnen de perken gehouden moesten worden. Sinds het einde van de Koude Oorlog richten neoconservatieven zich niet meer tegen communisme, maar vooral tegen het terrorisme en de (radicale) islam als geheel. Ook zijn ze sterk pro-Israël en voor Amerikaans ingrijpen in het Midden-Oosten.

Deelvraag 2: Welke politieke kopstukken hebben er een belangrijke rol gespeeld in de vorming van het beleid van de regering-Bush?

In 2000 werd de Republikeinse neoconservatief George W. Bush onder controversiële omstandigheden verkozen tot president van de VS.

De invloed van George W. Bush in zijn regering is beperkt. Het lijkt erop dat hij een marionet is van de personen “achter de schermen”. De belangrijkste punten van zijn beleid zijn vormgegeven door vicepresident Dick Cheney (bron 3b) en hoofdadviseur Karl Rove (bron 3c).

Buitenlands beleid

Terrorisme “Terrorisme” is een term die letterlijk “ideologie van angst” betekent (terror = angst) en die op veel verschillende manieren gebruikt wordt. Over het algemeen zijn terroristen mensen die aanslagen plegen met een politiek doel (bron 3d).

De term is echter controversieel; mensen die voor terrorist worden uitgemaakt beschouwen zichzelf meestal als rebellen of vrijheidsstrijders. Sinds de aanslagen op 11 september staat vooral islamitisch terrorisme in de belangstelling.

Deelvraag 3: Wat waren de concrete maatregelen die de regering-Bush trof na 11 september?

War on Terror Op 11 september 2001 werd de VS getroffen door een terroristische aanslag op het World Trade Center in New York. De aanslagen worden door de meeste Amerikanen gezien als het werk van islamitische terroristen onder leiding van Osama Bin Laden. Er zijn verschillende theorieën over de motieven voor de aanslagen en welke groepering er werkelijk achter zat, maar daar ga ik niet verder op in.

Het was de eerste keer dat de VS op eigen grondgebied was aangevallen, en de schok was groot. Er ontstond een sterke roeping om het Amerikaanse gezag in de wereld te herstellen (zie ook deelvraag 8).

Bush zag Al-Qaeda als de verantwoordelijke voor de aanslagen op 11 september. Al-Qaeda zou een georganiseerde terroristische organisatie zijn, maar het bestaan ervan is nooit aangetoond (er waren slechts losse radicaal-islamitische groeperingen die in een niet-gestructureerd verband samenwerkten) en het is waarschijnlijker dat de organisatie bedacht is door de FBI om de oorlog tegen het terrorisme te kunnen rechtvaardigen (bron 4).

Op 20 september verklaarde Bush de wereldwijde oorlog aan “het terrorisme”, de War on Terror. Hij zwoer elke terroristische organisatie op te zullen sporen en uit te zullen roeien. Hij deed de volgende uitspraak:

Either you are with us, or you are with the terrorists.

Deze uitspraak is sterk polariserend en is een typisch voorbeeld van het unilaterale en confrontationele neoconservatieve gedachtegoed.

Oorlog in Afghanistan Bush eiste in een ultimatum van de Taliban, de islamitische en autoritaire regering van Afghanistan, dat de leiders van Al-Qaeda uitgeleverd zouden worden aan de VS. De Taliban twijfelde aan het bewijs voor de verantwoordelijkheid voor de aanslagen op 11 september en wilde zijn ingezetenen niet zonder proces uitleveren aan een vijandig land. De Taliban bood aan Bin Laden te berechten in een islamitisch gerechtshof, maar Bush zei dat dit niet nodig was omdat de Amerikanen zeker wisten dat Bin Laden schuldig was: There's no need to discuss innocence or guilt. We know he’s guilty (bron 5). Hiermee demonstreerde hij dat hij de conventies van het recht niet respecteerde.

Enkele weken later vielen Amerikaanse troepen Afghanistan binnen, zonder goedkeuring van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Bush verklaarde Afghanistan niet officieel de oorlog, zodat het Amerikaanse leger vijandige strijders niet hoefde te beschouwen als militairen en ze als terroristen kon behandelen, en dus het humanitaire oorlogsrecht van de Conventie van Genève aan zijn laars kon lappen (bron 6).

Binnen enkele maanden was de Taliban verslagen. Er werd een tijdelijke regering in Afghanistan ingesteld onder Amerikaans toezicht. In 2004 werden er verkiezingen gehouden, maar deze verkiezingen werden geboycot door de meeste conservatieve partijen doordat ze stelden dat er gefraudeerd werd en de uitslag al min of meer vaststond. Tegenwoordig is de regering van Afghanistan een satellietstaat van de VS en heeft de pro-Amerikaanse president vrijwel alle macht in handen.

Sima Samar, voormalig minister van vrouwenzaken en huidig voorzitter van de Afghaanse Onafhankelijke Mensenrechtencommissie, zei het volgende over de politieke situatie in Afghanistan (bron 7):

“Dit is geen democratie, maar een automaat. Alles is al beslist door de machtshebbers.”

De VS heeft door de oorlog in Afghanistan dus een vijandig politiek regime uitgeschakeld en zijn gezag in de wereld uitgebreid. De rechtvaardiging voor de oorlog kwam direct voort uit de aanslagen van 11 september.

Irak-oorlog In 2003 begon Bush een ‘preventieve oorlog’ (zie ook deelvraag 4) tegen Irak omdat de VS zich bedreigd zou voelen door het vermeende bestaan van massavernietigingswapens. Inmiddels is echter gebleken dat er geen enkel bewijs was voor het bestaan van deze wapens (bron 8a) en dat de Britse premier Blair, bondgenoot van Bush in de Irak-oorlog, van tevoren wist dat er geen massavernietigingswapens waren (bron 8b). Het was dus geen preventieve oorlog, maar een daad van agressie die waarschijnlijk bedoeld was om de Amerikaanse macht in de wereld te vergroten.

De regering-Bush heeft geprobeerd een relatie tussen Saddam Hussein en al-Qaida aan te tonen om de Irak-oorlog zo in de bredere context van de oorlog tegen het terrorisme te kunnen plaatsen. In dat geval zou de invasie van Irak makkelijker gerechtvaardigd kunnen worden, omdat de oorlog tegen het terrorisme als geheel bedoeld zou zijn om de veiligheid van het Amerikaanse volk te garanderen.

Dit is echter niet of nauwelijks gelukt; de National Commission on Terrorist Attacks Upon the United States zei in 2004 ”geen geloofwaardig bewijs” te hebben gevonden voor de vermeende samenwerking (bron 9). De fundamentalist Bin Laden is zelfs een openlijke vijand van het seculiere Irakese regime.

Toen de VS in 1990 Irak binnenviel tijdens de Tweede Golfoorlog, werd Koeweit bevrijd, maar werd Saddam Hussein niet afgezet, wat een controversiële beslissing was. Veel neoconservatieven vonden dat de VS van de gelegenheid gebruik moest maken om een belangrijke politieke vijand uit te schakelen. Na de Irak-oorlog in 2003 werd Saddam Hussein alsnog afgezet. Dit is in mijn ogen kenmerkend voor de veranderde Amerikaanse ideologie; de VS is sinds 11 september veel interventionistischer dan daarvoor.

Deelvraag 4: Wat zijn de funderingen voor het Amerikaanse buitenlandse beleid sinds 11 september?

Axis of Evil In januari 2002 stelde Bush in een toespraak dat Irak, Iran en Noord-Korea behoren tot de Axis of Evil (as van het kwaad), een groep landen die het terrorisme steunt en een gevaar vormt voor de veiligheid van de VS (waar later nog Cuba, Libië en Syrië aan werden toegevoegd).

De landen werken op geen enkele manier samen tegen de VS en zijn dus geen “as”, noch voldoen ze aan bepaalde specifieke criteria van “het kwaad”, maar het lijkt erop dat de Amerikaanse regering simpelweg alle landen die op gespannen diplomatieke voet staan met de VS onder de Axis of Evil schaart.

Bush suggereerde dat hij mogelijk een “preventieve oorlog” zou beginnen tegen deze landen als de VS zich bedreigd voelde, ook als dit geen onmiddellijke dreiging was. Zijn toon was uiterst agressief en militaristisch. Preventieve oorlogen worden in het internationaal recht als daad van agressie beschouwd (bron 10).

Bush-doctrine Volgens de “Bush-doctrine” moet de VS de dreiging van het terrorisme tegengaan door regimes die steun verlenen aan terrorisme met geweld omver te werpen. Later werd de doctrine uitgebreid tot het idee dat “onderdrukkende” regimes door Amerikaans ingrijpen vervangen moesten worden door een democratische staatsvorm waarin vrijheid en mensenrechten gegarandeerd zijn. Bush vond dat de VS vijandige ideologieën desnoods met geweld moest uitroeien. Bush ziet dit als het volk ‘bevrijden’ van hun overheerser; de invasies van Irak en Afghanistan heetten formeel “vrijheidsoperaties” (bron 11). De verspreiding van “democratie” is in mijn ogen een illusie; in werkelijkheid zorgt de VS ervoor dat er Amerikaans gezinde marionetten aan de macht komen (zie het voorbeeld van Afghanistan bij deelvraag 3). Critici beweren dat de Bush-doctrine zowel nationaal als internationaal sterk polariseert, het anti-Amerikanisme in de wereld doet toenemen, afkeer veroorzaakt bij de bondgenoten van de VS en de tegenstellingen met vijandige landen verscherpt. Professoren van de Johns Hopkins University stellen dat de Bush-doctrine het einde markeert van de legitieme internationale positie van de VS en dat de VS het internationale recht de rug toe heeft gekeerd (bron 12).

Deelvraag 5: Wordt de oorlog tegen het terrorisme aangegrepen om de macht van de regering te vergroten?

Staat van oorlog Een oorlog is een strijd tussen meerdere groeperingen of staten, maar de War on Terror is gericht tegen een abstract concept (“het terrorisme”), waarvan bovendien geen eenduidige definitie bestaat (zie het kopje ‘buitenlands beleid’); het is niet duidelijk wie er beschouwd worden als “terroristen”. De oorlog tegen het terrorisme is dus eigenlijk geen oorlog.

Critici zeggen dat de oorlog tegen het terrorisme doelbewust vaag gedefinieerd is als excuus om een oneindige oorlog te kunnen voeren (bron 13). Bovendien zijn terroristische aanslagen een misdaad en geen daad van oorlog, dus horen terroristen vervolgd te worden via het internationale rechtssysteem.

De term “oorlog” in War on Terror lijkt een metafoor te zijn voor een felle strijd, naar analogie met War on Cancer, War on Drugs, etc. Toch blijft de Amerikaanse regering blijft volhouden dat het land echt “in staat van oorlog” is, en beschouwt Bush zichzelf als een “oorlogspresident”.

Machtenscheiding De verlichte filosoof Montesquieu betoogde in 1748 dat er alleen vrijheid kon zijn als de machten in een staat gescheiden zouden zijn. Hij stelde een trias politica voor: de macht moest verdeeld worden tussen de wetgevende macht (het parlement), uitvoerende macht (de regering) en rechterlijke macht. In artikel 1 van de Amerikaanse Grondwet is het systeem van checks and balances, een variant van de machtenscheiding van Montesquieu, opgenomen.

Conflicten tussen de machten zijn nog altijd springlevend in de VS; zo worden beslissingen van de regering (uitvoerende macht) of wetten van het Congres (wetgevende macht) regelmatig “ongrondwettelijk” verklaard door het Hooggerechtshof (rechterlijke macht). Ook hebben de uitvoerende en wetgevende macht vaak onderling conflicten, bijvoorbeeld over het presidentiële veto.

De president van de VS heeft relatief veel macht. Zo wijst de president veel regeringsposities persoonlijk toe, mag hij beslissingen van het Congres ongedaan maken met zijn vetorecht, heeft hij het recht informatie achter te houden als hij dit in het belang van de nationale veiligheid acht en mag hij door de rechter opgelegde straffen kwijtschelden.

Uitbreiding van de uitvoerende macht door de regering-Bush Bush gebruikt de “staat van oorlog” als rechtvaardiging om het gezag van de uitvoerende macht te vergroten. Tijdens een staat van oorlog wordt de president namelijk commander in chief en heeft hij meer bevoegdheden. Zo kon Bush het afluisteren van burgers zonder gerechtelijk bevel (zie ook deelvraag 7), wat in strijd is met bestaande wetgeving, verdedigen door te wijzen op de maatregelen die hij in oorlogstijd mag treffen om de ‘nationale veiligheid’ te garanderen.

Bush ondermijnt het gezag van de rechterlijke macht door gerechtelijke beslissingen ongedaan te maken door middel van wetgeving. Zo heeft hij het oordeel van het Hooggerechtshof dat de Conventie van Genève in acht moet worden genomen bij terrorismeverdachten terzijde geschoven door een wet aan te nemen die het formeel mogelijk maakte om terrorismeverdachten andere rechten toe te kennen dan gewone gevangenen (bron 14).


Schending van rechten Deelvraag 6: Wat is het beleid rondom het gevangennemen van terrorismeverdachten en worden er internationale humanitaire verdragen geschonden? Beleid Sinds 2001 mag elke vreemdeling die verdacht wordt van betrokkenheid bij terrorisme zonder rechtsgang voor onbepaald e tijd worden vastgehouden. Het overgrote merendeel van de terrorismeverdachten die vast worden gehouden heeft geen enkel vooruitzicht op een eerlijk proces.

Gevangenen die verdacht worden van terrorisme zijn formeel geen gewone misdadigers, maar “vijandige strijders” in de “oorlog” tegen het terrorisme. Volgens artikel 4 van de Conventie van Genève zijn krijgsgevangenen echter leden van een georganiseerde vijandige gevechtseenheid, terwijl terroristen alleen aanslagen plegen. Bovendien is de oorlog tegen het terrorisme eigenlijk geen oorlog (zie deelvraag 5) en kunnen er dus geen krijgsgevangenen genomen worden. Volgens het oorlogsrecht horen krijgsgevangenen goed behandeld te worden en vrijgelaten te worden als de oorlog eindigt, maar de War on Terror is vaag gedefinieerd en zal geen “einde” hebben. Op deze manier kunnen gevangenen dus voor onbepaalde tijd worden vastgehouden. In artikel 1 van de Amerikaanse Grondwet is het principe van habeas corpus geformuleerd: niemand mag opgesloten worden zonder de mogelijkheid om zijn opsluiting aan te vechten bij de rechter. Dit principe mag alleen opgeschort worden in het geval van invasie of rebellie. De opsluiting van terrorismeverdachten is juridisch dus niet te rechtvaardigen.

Marteling Vlak na de aanslagen op 11 september heeft de FBI onderzocht of er enhanced interrogation techniques gebruikt konden worden voor terrorismeverdachten. Sindsdien heeft de VS verschillende martelmethoden toegepast op verdachten, zoals waterboarding (gesimuleerd verdrinken), slaapdeprivatie en vernedering (bijvoorbeeld door gedwongen naaktheid). Zo werd Khalid Sheikh Mohammed, die verdacht werd van medeplichtigheid aan de aanslagen op 11 september, 183 keer onderworpen aan waterboarding om zo informatie los te krijgen. In artikel 3 van de Conventie van Genève, die in 1955 door de VS ondertekend werd, staat het volgende: Krijgsgevangenen die weigeren te antwoorden mogen niet worden bedreigd, beledigd, of op wat voor manier dan ook vervelend of nadelig behandeld worden. Het beleid van de VS staat hier dus lijnrecht tegenover. In 2005 ondertekende Bush zelfs een wet die expliciteerde dat de CIA uitgezonderd is van het verbod op ‘mensonwaardige behandeling’ (bron 15). In 2006 oordeelde het Hooggerechtshof echter dat de Amerikaanse regering zich ook in het geval van “vijandige strijders” moet houden aan artikel 3 van de Conventie van Genève. De Verenigde Naties, het Rode Kruis, mensenrechtenorganisaties als Amnesty International en de Canadese regering hebben de VS verweten dat ze het humanitair recht schenden. Dick Cheney, de vicepresident van de VS onder Bush, is de belangrijkste voorstander van marteling. Hij beweert dat de methoden geoorloofd zijn omdat ze informatie van vitaal belang opleveren en potentieel duizenden Amerikaanse levens redden. Onderzoek heeft echter uitgewezen dat de informatie die verkregen wordt door marteling onbetrouwbaar is omdat de gevangene meestal alles zegt wat de bewaker maar wil horen om ervoor te zorgen dat de marteling ophoudt (bron 16).

Guantánamo Bay Op Guantánamo Bay, een eiland dat in 1903 is “geleased” van Cuba en ondanks aandringen van de Cubaanse regering nooit meer terug is gegeven, heet de VS sinds 2002 een controversiële militaire gevangenis waar terrorismeverdachten zonder proces voor onbepaalde tijd kunnen worden vastgehouden en gemarteld. Omdat Guantánamo Bay zich officieel niet op Amerikaans grondgebied bevindt hebben de gevangenen volgens de regering-Bush geen rechten. In 2008 bepaalde het Hooggerechtshof echter dat gevangenen een grondwettelijk recht hebben om hun opsluiting aan te vechten bij de rechter (bron 17).

Abu Ghraib In 2004 lekte uit dat er in de Abu Ghraib-gevangenis in Irak gevangenen werden verkracht, geslagen, vastgebonden, opgehangen, gedwongen te masturberen en ondergeplast. Hierover ontstond grote ophef. De verantwoordelijke minister Donald Rumsfeld zei dat hij niet wist van het misbruik (bron 18a), maar nam wel verantwoordelijkheid en diende zijn ontslag in. Bush daarentegen zei dat het een opzichzelfstaand incident was dat niet strookt met het beleid en dat de regering geen blaam trof (bron 18b). Hij weigerde Rumsfeld af te laten treden, ondanks grote druk van kranten, opinieleiders en politici van beide partijen. Critici als Al Gore beweren dat de Amerikaanse regering wel degelijk direct verantwoordelijk is voor het misbruik omdat het met zijn beleid een klimaat van haat en misbruik heeft gecreëerd (bron 19). Bovendien publiceerde de Senaat in 2008 een rapport waaruit bleek dat Rumsfeld ondervragingstechnieken als vernedering door gedwongen naaktheid expliciet had goedgekeurd (bron 20).

Conclusie Sinds 11 september heeft de VS in schending van internationale verdragen zonder enige vorm van berechting gevangenen voor onbepaalde tijd vastgehouden en gemarteld, en dit gerechtvaardigd door te wijzen op de dreiging van terrorisme, wat past in het politieke klimaat na 11 september. De onmenselijke en onrechtvaardige behandeling van terrorismeverdachten wordt goedgepraat door te wijzen op de bijdrage die opsluiting en marteling kunnen leveren aan de veiligheid van de VS, maar dit is uiterst dubieus.

Deelvraag 7: Wordt de dreiging van terrorisme gebruikt als rechtvaardiging voor privacyschendingen en verscherpte controle? Volgens veel aanhangers van de regering-Bush moeten grondrechten soms ingeperkt worden in het kader van veiligheid. Neoconservatieven zijn echter juist voor het verspreiden van “Amerikaanse waarden” als vrijheid en mensenrechten (zie deelvraag 1 en 4), dus het lijkt erop dat de regering-Bush op dit punt in zekere zin opportunistisch is.

USA PATRIOT Act Op 26 oktober 2001, vlak na de aanslagen op 11 september, werd de USA PATRIOT Act geratificeerd. Deze afkorting staat voor “Uniting and Strengthening America by Providing Appropriate Tools Required to Intercept and Obstruct Terrorism Act”. De wet werd snel doorgevoerd met weinig discussie. De meeste senatoren hadden de wet niet eens gelezen toen ze hem aanvaardden (bron 21). Pas maanden later werd de controversiële wet ter discussie gesteld. De PATRIOT Act is formeel bedoeld om de Amerikaanse autoriteiten meer middelen te geven om terrorisme te bestrijden en zo de veiligheid van het Amerikaanse volk te kunnen garanderen. De PATRIOT Act is echter veel ingrijpender dan dat. Zo mogen de autoriteiten zonder enige gegronde verdenking of goedkeuring van de rechter willekeurige mensen afluisteren en hun privé-gegevens opvragen. Ook kunnen agenten huiszoekingen verrichten zonder medeweten van de bewoner. De FBI heeft bijvoorbeeld zonder opgaaf van redenen gegevens opgeëist van bibliotheken over welke boeken iemand heeft geleend (waarschijnlijk om de politieke voorkeuren van de persoon in kwestie te achterhalen), en de bibliotheek verboden de persoon hiervan op de hoogte te stellen. De PATRIOT Act wordt vaak gebruikt in een context die niets met terrorisme te maken heeft, bijvoorbeeld om financiële gegevens op te vragen bij een internetprovider in een copyrightzaak. Verschillende partijen, zoals de American Civil Liberties Union, hebben erop gewezen dat de PATRIOT Act inbreuk maakt op de grondrechten van Amerikaanse burgers en een schending is van het Eerste Amendement (vrijheid van meningsuiting), het Vierde Amendement (bescherming tegen onredelijke huiszoekingen), het Vijfde Amendement (bescherming tegen misbruik van overheidsbevoegdheden) en het Negende Amendement (recht op privacy) van de Amerikaanse Grondwet. Het Hooggerechtshof heeft meerdere passages uit de PATRIOT Act ongrondwettelijk verklaard (bron 22). De PATRIOT Act wordt dus gebruikt om privacy van burgers te kunnen schenden en de macht van de regering te vergroten, en gerechtvaardigd met de dreiging van terrorisme. Verscherpte controle Sinds 11 september zijn de veiligheidsmaatregelen op luchthavens verscherpt om de dreiging van terroristische kapers tegen te gaan. Veel van deze maatregelen worden vaak als overdreven gezien. Zo zijn nagelvijltjes verboden, terwijl die over het algemeen niet als wapens beschouwd worden. Tegenwoordig moeten passagiers voor binnenlandse vluchten in de VS hun paspoort laten zien. De Electronic Frontier Foundation beweert dat dit ongrondwettelijk is omdat de staat zo kan traceren waar de burger zich bevindt, terwijl hij het recht heeft dit geheim te houden (bron 23). Ook worden passagiers veel intensiever gescreend dan voorheen en worden ze vaak tegen hun zin gefouilleerd zonder gegronde verdenking. In 2002 stelde de Amerikaanse regering de Anti-Terrorist Hotline in, een telefoonlijn die gebeld kan worden als er ergens een “verdacht” voorwerp is gevonden. Als er ergens een losse tas staat wordt soms al de veiligheidsdienst ingeschakeld, wat voor onnodig veel paniek zorgt. Sinds 11 september is er dus wereldwijd meer controle, wat gerechtvaardigd wordt met de dreiging van terrorisme.


Politiek klimaat Deelvraag 8: Hoe heeft de publieke opinie in de Verenigde Staten zich ontwikkeld sinds 11 september?

Publieke opinie De aanslagen op 11 september waren in de VS zelf aanvankelijk sterk samenbindend; het hele land rouwde gezamenlijk om de gebeurtenissen en voelde eensgezinde afkeer tegenover de verantwoordelijke terroristen. Sinds 11 september is de houding van de meeste Amerikanen tegenover moslims verslechterd. Mensen van Arabische afkomst worden meer gediscrimineerd dan voorheen en zijn vaker het slachtoffer van pesterijen. De organisatie Racism Watch heeft Bush verweten in zijn campagne Arabieren te stigmatiseren door foto’s van mannen met een getinte huidskleur in verband te brengen met terrorisme (bron 24). In bijlage 4 heb ik een afbeelding uit het bewuste campagnefilmpje geplaatst. Ook hebben critici Bush verweten dat hij het klimaat opzettelijk heeft gepolariseerd door opruiende opmerkingen te maken tegen terroristen, zoals “Bring ‘em on!” en “You’re wanted dead or alive” (bron 25).

Populariteit van de regering-Bush Vlak na de aanslagen op 11 september bereikte de populariteit van Bush een record van 90%. Het merendeel van de bevolking stond achter het agressieve beleid dat de regering aankondigde, en de oorlog in Afghanistan ontving grotendeels steun. In bijlage 5 heb ik een grafiek geplaatst die het verloop van de populariteit van Bush gedurende zijn presidentschap weergeeft. Sinds 2004 is de populariteit van Bush geleidelijk gedaald. Hiervoor zijn verschillende oorzaken aan te wijzen, maar het is waarschijnlijk dat het voornamelijk komt doordat het buitenlandse beleid van de regering niet de gewenste resultaten heeft opgeleverd. Ook zijn er verschillende economische oorzaken aan te wijzen, maar daar ga ik in dit werkstuk niet verder op in.

De belangrijkste ontwikkelingen in het Amerikaanse buitenlandse beleid die hebben geleid tot een daling van de populariteit van de regering-Bush zijn:

• De Irak-oorlog duurt alsmaar voort, eist veel Amerikaanse slachtoffers en blijkt gebaseerd te zijn op valse aannames • Het internationale prestige van de VS is afgenomen en de relaties met Europese bondgenoten zijn verslechterd • Bin Laden is, ondanks vele pogingen, nog altijd niet gevangen • Er is ophef ontstaan over martelpraktijken (zie deelvraag 6)

In 2004 werd Bush nipt herkozen, ondanks dat zijn populariteit toen al behoorlijk gedaald was.

Klimaat van angst Sinds 11 september zijn veel mensen bang voor een terroristische aanslag (bron 27). Dit gaat zelfs zo ver dat er in de VS sinds 11 september 25% meer mensen worden gediagnosticeerd met angststoornissen (bron 28). Critici beweren dat er sinds de aanslagen op 11 september wereldwijd een ‘klimaat van angst’ (ook wel ‘cultuur van angst’) wordt gecreëerd door constant te wijzen op het vermeende gevaar van terrorisme. Zo probeert de overheid door middel van grootschalige campagnes de burger te “waarschuwen” voor verdachte signalen die zouden kunnen wijzen op een dreiging van terrorisme. Door angst worden beslissingen eerder gemaakt op emoties dan op verstand en kunnen politici het volk makkelijker beïnvloeden (bron 26). Het verspreiden van angst is in de geschiedenis veel gebruikt als demagogisch middel. Het lijkt erop dat de Amerikaanse regering dit klimaat aangrijpt om meer controle te krijgen op het leven van burgers (zie deelvraag 7); burgers stemmen in met vrijheidsbeperkende maatregelen van de regering omdat ze denken dat hun veiligheid hiermee gegarandeerd kan worden, wat voortkomt uit de angst voor terroristische aanslagen.

Deelvraag 9: Hoe heeft de perceptie van de Verenigde Staten in de rest van de wereld zich ontwikkeld sinds 11 september?

Internationale steun Na 11 september betuigden landen over de hele wereld hun medeleven met de Amerikanen, zelfs landen die normaal gesproken vijandig tegenover de VS staan. De NAVO stelde voor het eerst artikel 5 van het Noord-Atlantisch Verdrag in werking, waarin staat dat een aanval op grondgebied van een NAVO-lid beschouwd wordt als een aanval op alle NAVO-landen.

De invasie van Afghanistan in 2001 werd geleid door de VS, het Verenigd Koninkrijk en Australië, en de internationale steun was groot. Sinds december 2001 wordt Afghanistan bezet door de ISAF, een samenwerkingsverband van verschillende landen.

Over de Irak-oorlog was de wereld verdeeld. Hoewel de landen uit de Coalition of the Willing de VS steunden, waren landen als Frankrijk, Duitsland en Rusland waren vanaf het begin fel tegenstander van de oorlog. In veel landen waarvan de regering ‘politieke steun’ verleende aan de oorlog was de meerderheid van de bevolking alsnog tegen de oorlog.

Publieke opinie De steun voor de War on Terror was in aanvankelijk groot, maar is sterk verminderd. In 2002 steunden een overweldigende meerderheid van de Europese bevolking de oorlog tegen het terrorisme, maar in 2006 was dit nog maar een minderheid. In bijlage 6 heb ik een tabel geplaatst waarin de ontwikkeling van de publieke opinie in verschillende landen ten aanzien van de Verenigde Staten over de afgelopen jaren is weergegeven.

Tijdens het presidentschap van Bush is het anti-Amerikaanse sentiment in de hele wereld fors toegenomen (bron 28b). Sommigen beweren dat de verhoudingen tussen Europa en de VS, die sinds de Tweede Wereldoorlog goed waren, nu voor langere tijd beschadigd zijn (bron 29).


Epiloog: Recente en toekomstige ontwikkelingen Deelvraag 10: Hoe zal het buitenlandse beleid van de VS zich onder Obama voortzetten?

Internationale betrekkingen Op 20 januari 2009 trad de Democraat Barack Obama aan als nieuwe president van de VS. Obama is een aanhanger van het liberalisme en wil een drastische verandering in het buitenlands beleid nastreven ten opzichte van zijn neoconservatieve voorganger Bush.

Obama is van mening dat “universele waarden” als democratie en vrijheid van meningsuiting niet door de VS moeten worden opgedrongen aan andere landen (die een andere geschiedenis en cultuur hebben), maar dat deze landen hier zelf naar toe moeten werken (bron 29). Dit staat in scherp contrast met het neoconservatieve idee dat de VS autoritaire regimes met geweld moet afzetten en vervangen door democratieën.

Sommige analytici zeggen dat Obama met speeches in het buitenland “excuses” probeert aan te bieden voor het agressieve buitenlandse beleid van Bush (bron 30). Zo heeft hij tegen de Europese bondgenoten gezegd dat de VS in het verleden “arrogant” is geweest en op de G20-bijeenkomst beloofd dat hij “de status van de VS in de wereld enigszins [zal proberen] te herstellen”. Neoconservatieven stellen dat Obama de VS op deze manier vernedert, dat het land zich zwak toont en dat het Amerikaanse gezag in de wereld af zal nemen (bron 31).

Marteling Obama is een fel tegenstander van marteling; hij vindt dat het in strijd is met de Amerikaanse kernwaarden, risico’s met zich meebrengt en onbetrouwbare informatie oplevert.

Toch wil hij degenen die zich schuldig hebben gemaakt aan schending van mensenrechten niet vervolgen, omdat hij denkt dat er dan een scherpe tegenstelling tussen Republikeinen en Democraten zal ontstaan en hij juist verzoening met andere partijen zoekt om zo de problemen op te kunnen lossen. Dit kwam hem op stevige kritiek te staan; volgens critici erkent hij wel de misdaden, maar laat hij de daders vrijuit gaan (bron 32).

Van de linkse kant ontvangt Obama kritiek omdat hij niet standvastig zou zijn. Zo werd hij door Amnesty International bekritiseerd omdat hij in zijn campagne beloofde de militaire rechtbanken voor terrorismeverdachten, die de juridische rechten van de gevangenen onvoldoende zouden garanderen, af te schaffen, maar hier later op terug kwam (bron 33a). Ook ging hij in beroep tegen de gerechtelijke beslissing dat recentelijk opgedoken foto’s van het Abu Ghraib-schandaal openbaar gemaakt moesten worden, wat sommigen zien als het achterhouden van informatie door de regering (bron 33b).

Obama beschouwt ‘preventieve opsluiting’ als een mogelijkheid voor mensen waarvan het zeker is dat ze terroristische ideeën hebben en Amerikanen willen doden (bron 34). Sommigen beweren dat preventieve opsluiting ongeoorloofd is in een democratische rechtsstaat en dat het een schending is van het Zesde Amendement van de Amerikaanse Grondwet, waarin staat dat verdachten binnen afzienbare tijd voor de rechter gebracht moeten worden (zie ook deelvraag 6).

Dick Cheney, voormalig vicepresident van de VS, leidt momenteel een campagne om marteling van terrorismeverdachten goed te praten en te propageren (bron 35). Sommigen zeggen dat hij dit doet zodat hij niet vervolgd zal worden voor humanitaire misdaden; als er maar genoeg Republikeinen achter hem komen te staan zal vervolging voor een grote politieke rel zorgen (bron 36).

Guantánamo Bay Obama heeft Guantánamo Bay beschreven als “a sad chapter in American history” en ziet het als een symbool van het klimaat van angst (zie ook deelvraag 8) (bron 37). Hij kondigde al op de derde dag van zijn presidentschap aan de gevangenis in 2009 te willen sluiten. Tot nu toe is het hem echter niet gelukt dit voor elkaar te krijgen; een meerderheid van de Senaat (90 tegen 6), waaronder veel Democraten, stemde tegen de financiering van de sluiting van Guantánamo Bay omdat Obama in hun ogen “geen werkbare oplossing” had aangedragen.

Ook zijn er veel juridische obstakels gemoeid met de sluiting. Tegen het grootste deel van de gevangenen is nooit een formele aanklacht ingediend, waardoor ze niet zomaar in het reguliere rechtssysteem vervolgd kunnen worden. Bovendien is het bewijs tegen de verdachten vaak onder illegale omstandigheden verkregen. Terrorismeverdachten worden echter als te gevaarlijk beschouwd om zomaar vrij te laten. Volgens advocaten zal het voor de regering-Obama heel lastig worden om Guantánamo Bay binnen een jaar te sluiten (bron 38).

De Republikeinen zijn een grootschalige campagne begonnen om de sluiting van Guantánamo Bay tegen te gaan (bron 39). Door sluiting zou de veiligheid van het Amerikaanse volk ernstig in het geding komen. Tot nu toe lijken ze succes te hebben; uit peilingen bleek dat een meerderheid van de Amerikanen tegen sluiting is (bron 40). Conclusie Obama is een liberaal en wil een drastische koerswijziging in het buitenlands beleid bewerkstelligen ten opzichte van zijn neoconservatieve voorganger Bush. Toch is hij tot nu toe niet altijd even standvastig gebleken en is hij op een aantal punten van mening veranderd sinds zijn aantreden. Hij heeft soms concessies moeten doen om verzoening te kunnen zoeken met alle partijen en is bovendien regelmatig gehinderd in de uitvoering van zijn plannen door juridische en politieke obstakels.


Hoofdstuk 4: Conclusie

Sinds 11 september is het politieke klimaat veranderd; er heersen in de VS wraakgevoelens tegenover terroristen en angst voor hernieuwde aanslagen. De regering-Bush heeft dit klimaat aangegrepen om de Amerikaanse invloed op het internationale politieke toneel te vergroten, wat past in het interventionistische neoconservatieve gedachtegoed. Ook wordt de dreiging van terrorisme gebruikt om opsluiting zonder proces en marteling te rechtvaardigen. Bovendien heeft de Amerikaanse regering sinds 11 september het gezag van de uitvoerende macht vergroot en meer invloed gekregen op het leven van burgers, onder meer door privacyschendingen en verscherpte controle, Ik kan dus concluderen dat er het politieke klimaat dat ontstaan is na de aanslagen op 11 september inderdaad misbruikt is voor politiek gewin.


Hoofdstuk 5: Slot 5.1 – Samenvatting Neoconservatieven zijn voor een agressief buitenlands beleid dat het Amerikaanse gezag in de wereld moet uitbreiden en de Amerikaanse waarden moet opdringen aan andere landen. De Bush-doctrine stelt dat onderdrukkende regimes in andere landen met geweld moeten worden afgezet en vervangen door de superieure democratische staatsvorm. Critici beweren dat de Bush-doctrine zowel nationaal als internationaal sterk polariseert, het anti-Amerikanisme in de wereld doet toenemen, afkeer veroorzaakt bij de bondgenoten van de VS en de tegenstellingen met vijandige landen verscherpt. Na de aanslagen op 11 september groeide de haat van de Amerikaanse bevolking tegenover islamitische terroristen en moslims als geheel en werd de bevolking bang voor nieuwe aanslagen. De regering-Bush greep dit klimaat aan om een War on Terror te beginnen, waarmee hij de regimes die steun verleenden aan het terrorisme wilde bestrijden. Sindsdien heeft de VS oorlogen gevoerd tegen Afghanistan en Irak, waar de oude regimes zijn afgezet en Amerikaanse satellietregeringen zijn ingesteld onder het mom van democratie. In de War on Terror heeft de VS, in schending van de Conventie van Genève en de Amerikaanse Grondwet, zonder enige vorm van berechting gevangenen voor onbepaalde tijd vastgehouden en gemarteld, en dit gerechtvaardigd door te wijzen op de dreiging van terrorisme. De onmenselijke en onrechtvaardige behandeling van terrorismeverdachten wordt goedgepraat door te wijzen op de bijdrage die opsluiting en marteling kunnen leveren aan de veiligheid van de VS, maar dit is uiterst dubieus. Vlak na 11 september is de USA PATRIOT Act met weinig discussie doorgevoerd. Deze wet wordt gebruikt om privacy van burgers te kunnen schenden en de macht van de regering te vergroten, en gerechtvaardigd door te wijzen op de dreiging van terrorisme. Sinds 11 september is er wereldwijd op allerlei gebieden meer controle. Critici beweren dat er een “klimaat van angst” wordt gecreëerd door constant te wijzen op de dreiging van terrorisme om zo inperking van grondrechten in het kader van veiligheid te kunnen rechtvaardigen. Bush beschouwt de VS als een land in een “staat van oorlog” en heeft deze situatie gebruikt om de macht van de regering te kunnen vergroten. Ik kan concluderen dat er het politieke klimaat dat ontstaan is na de aanslagen op 11 september inderdaad misbruikt is voor politiek gewin.


Sinds 2004 is de populariteit van de regering-Bush in binnen- en buitenland sterk gedaald. Een belangrijke oorzaak hiervan is het buitenlands beleid; er is onvrede over het verloop van de Irak-oorlog, het verminderde internationale prestige van de VS, martelpraktijken en het mislukken van de zoektocht naar Bin Laden.

De nieuwe Amerikaanse president, Barack Obama, is een liberaal en wil een drastische koerswijziging in het buitenlands beleid bewerkstelligen ten opzichte van zijn neoconservatieve voorganger Bush. Toch is hij tot nu toe niet altijd even standvastig gebleken en heeft hij soms concessies moeten doen.

5.2 – Reflectie Ik vond het heel uitdagend om dit werkstuk te maken. Het onderwerp (‘het politieke klimaat’) is redelijk breed en abstract, waardoor ik veel informatie heb moeten selecteren, schrappen en bijschaven. Dit was soms lastig, en over sommige deelonderwerpen kon ik weinig bruikbare informatie vinden. Vooral de juridische complicaties rond de opsluiting van gevangenen vond ik erg verwarrend. Op het begin had ik veel moeite met het formuleren van deelvragen waarmee ik de hoofdvraag zou kunnen beantwoorden en wist ik niet echt wat er wel en niet bij moest betrekken, maar later ging dit veel beter en merkte ik dat de onderdelen van mijn werkstuk goed op elkaar aansloten. Ik vond het leuk dat ik inzichten uit verschillende vakken kon combineren. Zo heb ik wat ik met geschiedenis heb geleerd over de Verlichting kunnen toepassen op de hedendaagse politieke situatie in de VS. Het onderwerp is erg actueel, zeker nu Obama een radicale koerswijziging na wil streven ten opzichte van het beleid van Bush. Precies toen ik over de geplande sluiting van Guantánamo Bay aan het schrijven was, kwam het uitgebreid in het nieuws. Ik vond het leuk om de inzichten die ik op school verworven heb toe te kunnen passen op een actueel vraagstuk. Ik wist al redelijk veel van het onderwerp, maar ben er nu veel dieper op ingegaan en heb door het maken van dit werkstuk heel veel bijgeleerd. In het nieuws hoor je veel over de politieke situatie in de wereld, maar worden de achterliggende oorzaken vaak niet in beschouwing genomen. Ik vond het bijvoorbeeld heel interessant dat de neoconservatieve ideologie, waarop het beleid van Bush gebaseerd was, voortkomt uit de spanningen tijdens de Koude Oorlog. 5.3 - Betrouwbaarheid van het onderzoek “Het politieke klimaat” is een inherent subjectief begrip, en mijn onderzoek had een kritische inslag. Toch heb ik geprobeerd beide kanten van het verhaal te beschouwen, open te staan voor verschillende visies en mijn veronderstellingen zoveel mogelijk te onderbouwen met feiten. Bij controversiële onderwerpen heb ik van zowel de critici als de voorstanders argumenten aangehaald, en deze onderbouwd met betrouwbare secundaire bronnen als kranten en opiniebladen. Ook heb ik soms primaire bronnen aangehaald, maar alleen ter ondersteuning van feiten en zonder er mijn eigen subjectieve interpretatie aan te geven.

Bijlagen

Bijlage 1: Literatuurlijst 1. Jonathan Clarke - Viewpoint: The end of the neo-cons?, BBC News, 9 februari 2009, http://news.bbc.co.uk/2/hi/americas/7825039.stm 2. Max Boot – American Imperialism? No need to run away from label, USA Today, 5 mei 2003, http://www.usatoday.com/news/opinion/editorials/2003-05-05-boot_x.htm gsfsdf 3. 3a. Christopher Hitchens - Imperialism – Superpower dominance, malignant and benign, Slate Magazine, 10 december 2002, http://slate.msn.com/?id=2075261) 3b. Timothy Noah – Dump Cheney, Slate Magazine, 20 april 2004, http://www.slate.com/id/2099233/ 3c. Julian Burger – The brains, The Guardian, 9 maart 2004, http://www.guardian.co.uk/world/2004/mar/09/uselections2004.usa1 3d. Van Dale Groot woordenboek hedendaags Nederlands, lemma ‘terrorist’ 4. Adam Curtis - The Power of Nightmares, BBC-documentaire 5. Bush rejects Taliban offer to hand Bin Laden over, The Guardian, 14 oktober 2001, http://www.guardian.co.uk/world/2001/oct/14/afghanistan.terrorism5 6. Francis Boyle - Is Bush’s War Illegal?, CounterPunch, 17 september 2002, http://www.counterpunch.org/boyle0917.html 7. Tempers flare at loya jirga,BBC News, 12 juni 2002, http://news.bbc.co.uk/2/hi/south_asia/2039665.stm 8. 8a. Final Phase II Reports on Prewar Iraq Intelligence, U.S. Senate Select Committee on Intelligence, 5 juni 2008, http://intelligence.senate.gov/press/record.cfm?id=298775 8b. David Cracknell - Blair ‘knew Iraw had no WMD, The Sunday Times, 5 oktober 2003), http://www.timesonline.co.uk/tol/news/uk/article1166479.ece 9. 9/11 panel sees no link between Iraw, al-Qaida, MSNBC, 16 juni 2004, http://www.msnbc.msn.com/id/5223932 10. Neta C. Crawford – The False Promise of Preventive War, 2007 11. Jude Shinbin – Troops to Return Immediately, The New York Times, 4 juli 2009, http://www.nytms-se.com/2009/07/04/troops-to-return-immediately/ 12. Waleed Hazbun – Beyond the Bush doctrine, Middle East Report, december 2008, http://hazbun.mwoodward.com/Beyond%20the%20Bush%20Doctrine.doc 13. John Byrne – Bush quietly seeks to make war powers permanent, by declaring indefinite state of war, The Raw Story, 30 augustus 2008, http://rawstory.com/news/2008/Bush_seeks_to_institutionalize_war_powers_0830.html 14. Arlen Specter – The Need to Roll Back Presidential Power Grabs, New York Review of Books, 14 mei 2009, http:/www.nybooks.com/articles/22656 15. Eric Lichtblau – CIA Called Exempt From Torture Ban, International Herald Tribune, 19 januari 2005, http://www.commondreams.org/headlines05/0119-09.htm 16. Brian Ross en Richard Esposito – CIA’s Harsh Interrogation Techniques Described, ABC News, 18 november 2005, http://abcnews.go.com/WNT/Investigation/story?id=1322866 17. Jan Crawford Greenburg en Ariane de Vogue – Supreme Court: Guantanamo Detainees Have Rights in Court, ABC News, 12 juni 2008, http://abcnews.go.com/TheLaw/SCOTUS/story?id=5048935 18. 18a. Rumsfeld Falsely Testifies He Was Unaware of Abu Ghraib Photos and Abuses, History Commons, 7 mei 2004, http://www.historycommons.org/context.jsp?item=torture,_rendition,_and_other_abuses_against_captives_in_iraq,_afghanistan,_and_elsewhere_821 18b. The Truth About Abu Ghraib, The Washington Post, 29 juli 2005, http://www.washingtonpost.com/wp-dyn/content/article/2005/07/28/AR2005072801745.html 19. Al Gore - Bush Promised Us Humility; Brought Us Humiliation, New York University, 26 mei 2004, http://pol.moveon.org/goreremarks052604.html 20. David Morgan - U.S. Senate report ties Rumsfeld to Abu Ghraib abuse, Reuters, 11 december 2008, http://www.reuters.com/article/vcCandidateFeed2/idUSN11414139 21. Dahlia Lithwick & Julia Turner - A Guide to the Patriot Act, Part 1, Slate Magazine, september 2003, http://www.slate.com/id/2087984 22. Dan Eggen – Key Part of Patriot Act Ruled Unconstitutional, Washington Post, 30 september 2004, http://www.washingtonpost.com/wp-dyn/articles/A59626-2004Sep29.html 23. Julia Scheeres – Judge to Hear Air ID Challenge, Wired News, 18 januari 2003, https://archive.is/20130209220308/www.wired.com/politics/law/news/2003/01/57276 24. 2004 Racism Watch Calls on Bush-Cheney Campaign to Change or Pull Offensive Ad, Common Dreams NewsCenter, 31 maart 2004, http://web.archive.org/web/20070301121637/http://www.commondreams.org/news2004/0331-04.htm 25. Bush regrets “Mission Accomplished”, “dead or alive”, Denver Post, 12 november 2008, http://www.denverpost.com/war/ci_10964832 26. Zbigniew Brzezinski – Terrorized by ‘War on Terror’, Washington Post, 25 maart 2007, http://www.washingtonpost.com/wp-dyn/content/article/2007/03/23/AR2007032301613.html 27. Humphrey Taylor – Similar Levels of Fear of Terrorism in U.S.A. and Great Britain, The Harris Poll, 6 februari 2004, http://www.harrisinteractive.com/harris_poll/index.asp?PID=437 28. 28a. Brad Schmidt Ph.D. en Jeffrey Winters - Anxiety After 9/11, januari 2002, Psychology Today Magazine, http://www.psychologytoday.com/articles/pto-2031.html 28b. Nicole Speulda - Documenting the Phenomenon of Anti-Americanism, Princeton Project on National Security, http://www.princeton.edu/~ppns/papers/speulda.pdf 28c. Anti-Americanism in Europe deepens, CNN.com, 14 februari 2003, http://edition.cnn.com/2003/WORLD/meast/02/14/sprj.irq.protests.rodgers.otsc/ 29. Alex Spillius – Barack Obama says US must lead by example, Daily Telegraph, 2 juni 2009, http://www.telegraph.co.uk/news/worldnews/northamerica/usa/barackobama/5426465/Barack-Obama-says-US-must-lead-by-example.html 30. Obama: U.S. Should Not Impose Its Values Abroad, Fox News, 2 juni 2009, http://www.foxnews.com/politics/2009/06/02/obama-impose-values/ 31. Nile Gardiner - Barack Obama should stop apologising for America, Daily Telegraph, 2 juni 2009 http://www.telegraph.co.uk/news/worldnews/northamerica/usa/barackobama/5428026/Barack-Obama-should-stop-apologising-for-America.html 32. Gary Younge – Obama must not give in, Khaleej Times, http://www.khaleejtimes.com/DisplayArticle.asp?xfile=data/opinion/2009/May/opinion_May151.xml&section=opinion&col= 33. 33a. Lara Jakes - Obama revives terror tribunals, dismaying liberals, Associated Press, 15 mei 2009, http://news.yahoo.com/s/ap/20090515/ap_on_go_pr_wh/us_guantanamo_trials 33b. Obama blocks Abu Ghraib detainee abuse images, NZ Herald, 29 mei 2009, http://www.nzherald.co.nz/world/news/article.cfm?c_id=2&objectid=10575252 34. Andy Worhtington – A Message to Obama - No Military Commissions; No Preventive Detentions, CounterPunch, 22 mei 2009, http://www.counterpunch.org/worthington05222009.html 35. Tom Baldwin en Tim Reid - Barack Obama and Dick Cheney clash over Guantánamo closure, The Times, 22 mei 2009, http://www.timesonline.co.uk/tol/news/world/us_and_americas/article6337947.ece 36. Harry Shearer - The Cheney Torture Tour: What’s the Deal?, Huffington Post, 4 mei 2009, http://www.huffingtonpost.com/harry-shearer/the-cheney-torture-tour-w_b_195831.html 37. Close Guantanamo or climate of fear prevails, In The News, 21 mei 2009, http://www.inthenews.co.uk/news/autocodes/countries/cuba/close-guantanamo-or-climate-fear-prevails-$1297373.htm 38. Mark Kukis - How to Close Guantánamo Bay: A Legal Minefield, TIME Magazine, 11 november 2008, http://www.time.com/time/nation/article/0,8599,1858205,00.html 39. David Saltonsall – GOP goes nuclear over Guantanamo Bay closure: Republicans launch ad salvo at Obama Gitmo plan, Daily News, 22 mei 2009, http://www.nydailynews.com/news/politics/2009/05/22/2009-05-22_gop_goes_nuclear_over_guantanamo_bay_closure.html 40. Susan Page – Poll: Most oppose closing Gitmo, USA Today, 2 juni 2009,k http://www.usatoday.com/news/world/2009-06-01-gitmo_N.htm


Bijlage 2: Plan van Aanpak

Bijlage 3: Logboek


Bijlage 4: Controversiële campagne


Bijlage 5: Populariteit Bush


Bijlage 4: Perceptie VS in de wereld

bron: Pew Global Attitudes Project